Column: Thuis in twee werelden

Sfeerillustratie Moslimbelang

Op verjaardagen krijg ik steevast dezelfde vraag: waar voel je je nou écht thuis? De vraag wordt vriendelijk gesteld, met oprechte interesse, en toch schuurt hij. Alsof een mens maar één thuis mag hebben.

Mijn antwoord wisselt per dag. Thuis is de geur van gekruide koffie bij mijn moeder in de keuken. Thuis is ook de vrijdagmiddag op de markt, waar de groenteman mijn naam kent en de buurvrouw vraagt hoe het met mijn studie gaat. Twee werelden, zegt men dan. Ik tel er gewoon één: de mijne.

Natuurlijk, soms botst het. Op het werk moet ik uitleggen waarom ik niet meedrink met de borrel; op familiefeesten waarom ik op mezelf wil wonen. Maar wie goed kijkt, ziet dat ik niet tussen twee werelden heen en weer spring. Ik bouw bruggen, en op die bruggen woon ik.

Misschien is dat wel de winst van een dubbele blik: je leert dat gewoonten geen natuurwetten zijn. Dat je kunt kiezen wat je meeneemt en wat je laat. En dat een mens groter is dan het hokje waarin hij geboren werd.

Dus als iemand mij weer vraagt waar ik nou écht thuis ben, zeg ik voortaan: hier. Precies hier, in dit gesprek. Meer thuis heeft een mens niet nodig.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *